Welcome

Newest Members

Zondag, 29 oktober

Van Ukhahlamba naar iSimangaliso. Tussen Drakensbergen en moerasland liggen dorpjes waar koeien en schapen het straatbeeld bepalen. Waar sierlijke vrouwen elke last op het hoofd dragen en kinderen in hun schooluniform zingend de dagelijkse wandeling terug naar huis afleggen, stropdasjes nonchalant in de broekzak. Zo zouden we het liefst langzaam terug naar de kust willen afdalen maar KwaZulu-Natal is te groot.

 

Saint Lucia Wetland Park, omgedoopt naar iSimangaliso, dat is Zulu-taal voor Land van Wonderen.
We verblijven in het Lalapanzi Guesthouse met zoutwaterrotszwembad. St. Lucia is meer een villawijk dan een schattig dorpje. Ingeklemd tussen Indische oceaan en een uitgestrekt meer.
Vanaf het brede strand lopen we over een lange boardwalk naar wat ik de Slufter zou noemen.
Een ondiep binnenwater waar nijlpaarden en krokodillen leven. Gezeten aan een picknicktafel van de Deep Sea Angling Club zien we hoe de lucht betrekt, zwanger van onweer.
Tussen het riet in het midden van de lagune menen we een krokodil te zien zwemmen, of toch weer niet. Dan steekt een nijlpaard opeens z’n kop boven de waterlijn. Niet te missen.
Het beest snorkt tevreden, niet gehinderd door het gedonder dat is begonnen en niet meer ophoudt tot we in slaap zijn gevallen.
 
Er stopt een landrover met overdekte hoofdtribune voor de poort. Keurig op tijd.

Legerkistjes stappen vastberaden op ons af, “my name is Sakhile”. Een Zulu-krijger in khaki outfit helpt ons aan boord. Samen met een Duits stel maken we ons op voor de Heritage Tour. Geen idee wat ons te wachten staat. Wel vreemd dat onze oosterburen een stapel handdoeken meebrengen.
Amper drie straten verderop vraagt Sakhile of we even op hem willen wachten. Hij heeft pas zijn lange dreadlocks geverft en is bang dat ze zullen afgeven op z’n schone hemd. Ik begin stilaan te vermoeden dat onze dagtocht van het type zangendanskrokodillenfarmsouvernirwinkeltje is.
We rijden Zuid-Afrika’s eerste Wereld Erfgoed binnen en staan na een korte uitleg en bestudering van de kaart al gauw tegen twee gestreepte konten te kijken. Buffels, Wildebeesten en nog meer Zebra’s. Duinlandschap, zompig gras, mestkevers met het geluid van een scheerapparaat vliegen voor de auto uit. Met donkere stem benoemt onze gids de verschillende soorten antilope die we nog niet eerder van zo dichtbij konden bewonderen. Thuis zullen we die benamingen pas echt op een rijtje krijgen, of anders maar niet.
 
 
Sakhile lijkt volkomen in zijn element, hij volgt een spoor, de teugels van de landrover worden aangehaald. Het is ons een raadsel hoe hij ze heeft gevonden maar we komen pal naast twee flinke neushoorns tot stilstand. Nog een beetje zwart van een modderbad grazen ze hoorbaar doch onverstoorbaar verder. Er zit vogelpoep op hun rug afkomstig van een witte ibis die niet wil wijken.

Van “de grote vijf” hebben we er nu vier gezien. De camera staat niet lang op stand-by want verderop houden een stuk of zeven nijlpaarden hun gevoelige huid nat, de zon prikt door het wolkendek, de temperatuur schiet omhoog.

Aan het strand is het koeler. Verwaaide bomen die op het hoge duin groeien vangen de nevel die uit de branding vrijkomt. Vera en Michael halen hun handdoeken tevoorschijn en Sakhile verstrekt snorkels en zwemvliezen. Ons rest een wandeling langs het strand. Tientallen krabben rennen richting vloedlijn. De badgasten hebben we achter ons gelaten, vóór ons ligt het zand er maagdelijk bij. Hand in hand nemen we de afgelopen uren en dagen nog eens door.
 
 
Terug bij de picknickplaats is Sakhile al “de braai” aan het opstoken voor de lunch.
Onder het genot van een lekker lapje vlees vertellen de toergenoten dat ze vanwege de sterke stroming weinig van de onderwaterwereld hebben kunnen zien.
 
Geritsel in de boom, grijze aapjes loeren naar onze dis. Wij loeren terug.
De klim naar het uitzichtpunt tussen oceaan en Lake St. Lucia valt zwaar. Het land, de bewoners en hun vee werden door verscheidene plagen geteisterd, inclusief apartheid. Het planten van ontelbare naaldbomen bleek vruchteloos. Nu is het een natuurgebied dat zich over pakweg tien jaar tot over de grenzen van Mozambique en Swaziland zal hebben uitgestrekt. Eenentwintig verschillende ecosystemen, alleen waar zit nou toch dat jachtluipaard?
 
In de Deep Sea Angling Club zijn alle ogen inmiddels gericht op de Sharks.

Ze spelen tegen een rugbyteam uit de provincie Gauteng. Gejuich en gevloek schalt over het water.
Een Hippo trekt van verveling haar enorme muil open. Vers onweer rolt over St. Lucia.

Donderdag, 27 oktober

 
 
Dit is de wereld van de San, vroeger bosjesmannen genoemd tot dat politiek niet meer correct werd bevonden. Op de vele, reusachtige rotsblokken die hier als pepernoten lijken te zijn neergegooid, legden zij contact met geesten en voorvaderen door middel van vele tekeningen uit hun dagelijks leven. Rood en bezweet zijn we, de klim naar deze Unesco Heritage site viel nog niet mee. Dat we ons op 1.700 meter hoogte bevinden, kunnen we goed voelen. De trotse Xhosa-dame die ons een en ander toelicht, is daarentegen de koelheid zelve. Ze legt ons uit hoe de taal van de San en die van de volken die later kwamen samensmolten. De klik-klanken die ze ons voordoet, kunnen we met geen mogelijkheid reproduceren.
 
 
 
 
Tijdens onze afdaling naar een dartel riviertje dat vrolijk over de rotsen naar beneden klatert, verlaten we de wereld van de San en betreden die van Ieniemini. Voor een botanica-in-spee is dit een walhalla. Bijna alle planten die ik tegenkom ken ik (uit mijn "wilde-planten-in-Zuid-Afrika-boekje) maar ze zijn kleiner dan ik dacht. Alsof ze door een toverheks een krimpdrankje hebben toegediend gekregen. Ik ken deze bloemen van het tuincentrum, maar de meeste zijn niet hoger dan mijn hand breed is.

Halverwege de wandeling vlijen we ons neer aan de waterkant. De schoenen gaan uit en de oververhitte voetjes mogen in het koele water. Ah, dit is pas leven!
 
Nadeel van al deze pracht is, dat ik vergeet om me heen te kijken en dat ik nogal eens struikel. Zo lopen we bijna de elanden mis die de reden zijn dat dit Nationale Park bijna honderd jaar geleden werd opgericht. Gelukkig worden we door een paar tegemoetkomende wandelaars op deze omissie geattendeerd. Kunnen we er weer één van ons lijstje afvinken.

 

Over vinken gesproken, die heb je hier meer dan genoeg. Hoewel we door de kampleiding worden gewaarschuwd dat we de bobbejanen niet mogen voeren, wordt niets gezegd over de vele vogels die hier rondfladderen en die dat heel goed doorhebben. Dus worden we bezocht door verschillende types die graag willen helpen bij het consumeren van onze zoutjes. Onder hen de door ons “geelkont-wipwip” gedoopte fladderaar die niet meer bij ons is weg te slaan. Hij is welkom in ons wereldje, tenminste als hij zindelijk blijkt.

 

Achter het reuzenkasteel laten de draken in de bergen zien waar ze goed in zijn: de lucht kleurt geel, oranje, rood en dan purper. Een waardig afscheid……

Maandag, 24 oktober

En opeens is het er. Afrika
De lucht is helder blauw, warme golven glijden over een oneindige vlakte. Een stoffig weggetje voert ons weg van de “Cote ’d Azur”, we hebben even geen behoefte aan strand of Port Elizabeth.
Daar is de poort van het Addo Elephant National Park. Hier begint een ander land, andere wetten.
Na wat formaliteiten te hebben afgehandeld betrekken we ons huisje. Rieten dak, openslaande deuren, houten veranda, het geluid van de wind en het leven in de bush. Perfect.
Het wordt nu snel donker en we nemen plaats in het grote vehikel voor de Night Drive.
De chauffeur maakt omzichtig het hek open, overal schrikdraad. Voor overige bezoekers is het park nu hermetisch afgesloten. Kronkelweggejes naar Domkrag Dam, Gwarrie Pan, Nyati Waterhole.
Medepassagiers poetsen nog maar eens hun verrekijker of controleren de accu van de camera.
Daar links! De gids, die op een verhoogde stoel naast de bestuurder zit, wijst richting Kudu. Hun gedraaide hoorns glimmen in het restje avondzon. De wijfjes scharrelen verderop in de struiken.
De truck zet zich weer in gang, de Kudu kunnen we afvinken op de lijst van gespotte dieren.
Nu de zon onder is gegaan wordt het behoorlijk fris. Een half uur van het basiskamp en het is zover:
“there you can see Elephant”. Met beheerste stem verstrekt onze ranger zijn informatie maar het dier aan de rand van de drinkplaats eist alle aandacht op. Terecht. Water spuit omhoog van de slurf, het silhouet van de olifant tegen de avondkleuren.
 

Langzaam drentelt de nog jonge olifant achter ons langs de bush in. Ook aan de andere kant van de weg horen we geritsel: drie dikke konten bewegen , takken worden vermorzeld, het valt niet mee om een mooi portret te maken maar eindelijk mogen we ook hun majestueuze slagtanden te zien.
Er wordt een soort zoeklicht aangezet als we een tweede groep olifanten ontwaren. Wapperende oren in het flitslicht van de paparazzi. Twee jonge mannetjes houden een schijngevecht. Als ze later groot zijn zullen ze om de vrouwen vechten. Olifant kunnen we afvinken. En ook buffel. Een hele kudde steekt het pad over en laat een spoor stront achter. Het hele park stinkt ernaar trouwens.
Een grote buffel schuurt z’n kop aan de waarschuwing STAY IN YOUR VEHICLE.
We zijn zowat versteend van de kou als we in het gebied komen waar leeuwen zouden zijn.
Bij Zuurkop Lookout Point gaat de lawaaierige motor weer even uit.
De lichtbundel uit de grote zaklamp zwiept over het doornige groen, een uil scheert voorbij. Het gehuil van jakhalzen in de verte maakt het nog spannender.
Maar geen enkel dier laat zich nog zien. Als het hek achter ons weer dicht gaat worden we nagestaard door een verbaasde haas. Kunnen we ook afvinken.
 
Om vijf uur gaat de wekker en buiten gaan honderden ringtones af. Ook Afrikaanse vogels zingen vroeg. In het ochtendgloren neemt de safariwagen ditmaal de onverharde routes door het park.
Het is niet minder koud dan gisteravond maar we zijn wel wat beter voorbereid.
De dieren zouden zich op dit uur nog niet hebben teruggetrokken in hun schuilplaats, maar omdat vandaag nog niemand in het park is geweest weet de gids niet waar alles nu zo’n beeje uithangt .
Behalve een mooie jakhals en twee zebra’s blijft de score minimaal. Olifanten spelen verstoppertje maar vergeten dat ze iets te groot zijn voor de struik waarachter ze zich hebben verschanst.
Kop of kont op de foto. Een eenzame reiger werkt net een muis naar binnen.
 
Wij genieten na afloop van een Engels ontbijtje. In het riet naast het restaurant hebben gele wevervogels hun nest gewoven. Ook de Red Bishop fladdert in knalrood mantelpakje voorbij.

Het wasgoed droogt lekker op de veranda, ik poets de ramen van de auto en neem een duik in het naastgelegen zwembad. Het is heerlijk rustig, Anke knapt een uiltje.
Als we aan het eind van de middag met de huurauto het park inrijden staan we al gauw oog in oog met een mooi paar zebra’s. Er is geen grote kudde in de buurt. Wel “struikelen” we over de Kudu-antilope’s, geen wonder dat ze in stoofpannetjes terecht komen.
BEWARE OF LIONS staat er op het bordje bij het uitzichtpunt. Hier mag je, op eigen risico, wel de auto uit. Er is echter niets dan het weidse landschap en enkele ganzen te zien.
Zo kachelen we langzaam langs het struikgewas en neurieën een liedje van Toon Hermans.
Dan is er opeens een serieuze file. Twee grote campers en een landrover staan dwars over de weg.
Alle telelenzen wijzen naar links en niemand maakt ruimte voor ons. Daar moet toch wat zitten.
En ja hoor! Een stoere mannetjesleeuw steekt z’n kop hoog genoeg boven het gras. WAAW!
      
Elke termietenheuvel die we daarna tegenkomen lijkt op een leeuw. Meer dan een mestkever komen we niet meer tegen, maar wie het kleine niet eert …
In het basiskamp is nu wat meer bedrijvigheid, vooral bij het uitzichtpunt voor de grote drinkplaats.
Twee olifanten schuifelen als een verliefd stelletje rond de modderpoel. Dan voegt zich een derde bij hen. Nu lijkt het meer een familiereünie. Slurf aan slurf. Onvergetelijk moment. Bij het water spoelen ze hun muilen schoon. Het is een schitterend schouwspel aan het eind van ons verblijf in Addo.
      

Zondag, 22 oktober

Om toch wat van het binnenland van Westkaap te zien valt de keuze op de scenic route 62. Tractors en combines hebben sierlijke patronen op de akkers achtergelaten. Nu kan het vee naar buiten. Kleine boerderijen en landwerkershuisjes liggen verspreid over de heuvels tussen Theewaterskloof en Riviersonderend. Hier en daar een bord: kaaswinkel.

Vervolgens over de Tradouw-pas richting Rooiberge. Roestbruine aarde, fynbos, plukjes struikgewas en felroze bloemetjes waarvan ik de naam opzoek in mijn zojuist aangeschafte Afrikaanse bloemenboekje. Er lopen rare zwarte koeien in de rondte die struisvogels blijken te zijn.

Tussen Ladismith en Calitzdorp komen we slechts enkele andere weggebruikers tegen. Hierdoor hoeft mijn liefste gelukkig geen halsbrekende toeren uit te halen als ik weer eens een bijzonder plantje in de berm wil bestuderen c.q. ontdoen van zaadjes.

De weg blijft nu kaarsrecht op en neer lopen, de warme lucht trilt boven het asphalt en de Groot Swartberge aan de einder verkleuren naar blauw. Er doemt een auto op en de bestuurder is uitgestapt. Oppassen nu. Ik controleer nog maar eens of onze wagen van binnenuit is afgesloten als we naderbij komen. De beste man zet zojuist een schildpad die de weg overstak weer keurig in de natuur terug en groet ons vriendelijk.

Nog honderdtwintig kilometer naar onze eindbestemming. In Oudshoorn eten we een ostrich-burger. Inderdaad, een broodje struisvogel. De streek is er rijk mee geworden toen de veren in de mode waren. Vandaag de dag gaat het meer om de eieren, leer, vlees en beendermeel.We voelen niet te behoefte om een struisvogelboerderij te bezoeken, bovendien willen we voor het donker gaat worden bij onze nieuwe gastheren arriveren.

Donderdag, 20 oktober

We zwaaien onze gastheren en –vrouwen gedag en zoeven onze berg af met Radio Bok op tien. Terug naar de kust.

Eenmaal daar aanbeland maken we een stop in de botanische tuin van Harold Porter in Betty’s Bay. Deze is werkelijk zeer fraai aangelegd en op een aantrekkelijke manier educatief. De zon schijnt, de oogst is overvloedig en de vlinders en vogels scheren langs onze oren. Terwijl ik in de borders duik, probeert mijn liefste deze te vangen. Met de camera welteverstaan. Nog even en hij wordt een echte vogelaar!a

 
 
 
Hermanus blijkt een allerleukst dorp en het nieuwe onderkomen is weer top. We zijn net op tijd en mogen nog mee op walvisjacht.


Ons bootje, amper zo groot als de zuidkapers waar de streek beroemd om is, kan maar met moeite de golven trotseren. We klampen ons met handen en voeten vast aan alles wat maar los en vast zit, de eerste blauwe plekken beginnen al zichtbaar te worden. Maar het is de moeite waard, na vijf minuten zien we onze eerste walvis al. Het is een speels, jong ding dat olijk uit het water opspringt en vervolgens met groot gespetter weer terugvalt. Hoezo, “geen bommetje”?

We zien er nog veel meer, waaronder een moeder met kalf en een iets ouder exemplaar. Formaat puber, zeg maar. Zich koesterend in een zonnestraal zwemt hij op zijn rug en laat ons zo zijn witgespikkelde buik zien. Kijk eens: met zonder handen!
Als het tijd wordt om weer om te keren, slaat hij met zijn flippers op het water. Alsof hij ons vaarwel zegt. We zwaaien vriendelijk terug en worden beloond met alweer een nieuwe kneuzing.
 
Eenmaal weer met de voeten op de vaste wal, maken we een korte wandeling om de benen weer in model te krijgen en om een restaurant te zoeken. We vinden een geschikte herberg, Annie se Kombuis geheten, ofwel Annie d’r Keuken. Ze gaan pas over een goed halfuur open, dus we gaan weer in de auto zitten (lekker knus en uit de wind) en staren naar de golven die op de rotsen beuken. De zon zakt. Ineens zien we ze, in de verte. Nog meer walvissen. Ongelofelijk dat je die zomaar vanaf de kust kunt zien. We voelen ons bevoorrecht en kruipen nog maar eens dicht tegen elkaar aan. Het is goed zo…….

Dinsdag, 18 oktober

De grond is hier vruchtbaar, er waait koele wind van zee. Wijnland. Keurig gekamde wijngaarden waar je kijkt. Daarachter beboste bergen en dreigende luchten erboven. De regen die valt maar we maken er het beste van.
We hebben op weg naar het Kaapse Wijnland eerst het landgoed Groot Constantia bezocht.
Hagelwitte Kaaps-Hollandse huizen met groene luiken voor de vensters.

We verblijven twee nachten in een cottage tussen de wijngaarden. We eten in het oude landhuis dat aan een vijver staat te pronken. Daarachter de vruchtbare heuvels met frischgroene ranken. Het overtreft al onze verwachtingen.

Met de wetenschap dat er vandaag de dag op bescheiden schaal wijnbouw plaatsvind in Limburg en bij ons “om de hoek” de Westlandse druif aan de man wordt gebracht, is het toch moeilijk te bevatten dat de Hollanders ruim drie eeuwen geleden hier verstand van wijn hadden.
Maandag, 17 oktober

 

Er zit een onzichtbare pinguin op mijn arm. Hij laat zich alleen zien in ultraviolette omstandigheden. Harry is met eenzelfde beest opgescheept. Simpelweg omdat we zonder hen het Two Oceans Aquarium niet in komen. En dat zou beslist jammer zijn want het is prima ontstressen, gezeten voor een kelpbos achter glas of een tank vol blauwe kwalletjes. Het roofvissenbassin laat zich bekijken als een mega-bioscoopscherm, met de tewaterlating van een onderwater-glazenwasser plus lijfwacht (om de haaien op afstand te houden) als hyper-hoogtepunt. De komische noot wordt getoeterd door de rotsspringers: pingu’s met een soort van verenmasker op, die vrolijk hoppend door het leven gaan. Maar nu even niet: het is verenpoetstijd.
 
We maken een dagtrip naar het schiereiland en sjokken door de prachtige botanische tuin van Kirstenbosch. Zo mooi, met allemaal bloemen die we in Nederland voor Euro 10 voor vijf plantjes moeten aanschaffen, maar die hier als een soort van onkruid langs de paden staan. Laat dan de ´zaden-snatch-kit´ maar eens in de zak….. Met eeuwenoude namen als ‘suijkerbossie’, ‘speldenkussen’ en ‘witluisstruikie’ getuigden ook de vroege Suid-Afrikaners van voldoende gevoel voor humor.


 


 

Op maandag blijkt de Tafelberg toch een bovenkant te hebben. We twijfelden al….. Daar iedereen, en dan ook écht iedereen, nogal geschokt reageert als we aankondigen eigenlijk helemaal geen behoefte te hebben om met de kabelbaan naar boven te gaan en te genieten van het uitzicht, kruipen we dan toch maar in slakkengang tegen de berg omhoog, naar de befaamde cable car. Drie kilometer vantevoren staan de eerste auto’s geparkeerd; een ononderbroken rij die gemangeld dreigt te worden door de vele tientallen touringcars die ook allemaal die kant op willen. De rij voor de kassa blijkt eindeloos, en wij rijden door. Hier hebben we dus geen zin in.

 

Gisteren, in Victoriaans Simonstown en op Boulders Beach, vroegen we ons nog af waar dan toch de vele toeristen waren waarvan men zei dat ze er toch echt moesten zijn. Nu weten we het, dus. Komt mooi uit, dan hebben we het fraaie strand en de pinguins die er wonen, helemaal voor onszelf. Deze zijn wel zichtbaar, en onbehoorlijk in de rui. Sommige zijn bijna kaal en een beetje rose. Andere zijn al zowat klaar en laten luid toeterend weten dat de tijd voor romantiek is aangebroken. Als we het niet meteen doorhebben, doen ze het aan ons voor. Kijk, zó moet het!

Zaterdag, 15 oktober

 
We wandelen door van Riebeecks voormalige groentetuin. In dit weelderige park met botanische allure is iets gaande. Enkele tientallen betogers pleiten voor de wereldvrede. Hun spandoeken en ander promotiemateriaal belanden, gaandeweg de discussie, in de perken. Uiteindelijk ligt men liever in het gras naar het wolkenkleed te turen dat langzaam van de Tafelberg glijdt. Vrede valt over de Kompanjietuin.

We slapen in de buurt van de Tamboerskloof. Er fonkelen lichtjes en gaan we in de stad dineren bij Marco’s Africa Place. Heerlijke impala-biefstuk, glaasje Kaapse wijn en live marimbamuziek zoals die gespeeld hoort te worden.

Eerste dag in Zuid-Afrika, nu al onvergetelijk.
  
Vrijdag, 14 oktober

Vandaag vliegen we naar Zuid-Afrika, botanische hotspot van de bovenste klasse! We hebben de reis zo laten samenstellen dat we net op tijd zijn om de protea's te zien bloeien, de walvissen te zien zwemmen en de olifanten te zien dartelen. Knapzak op de rug, hup in de trein, en wég zijn we!

In dit logboek zie je een de hoogtepuntten van onze reis voor wat betreft de flora en fauna. Wil je meer lezen? Dat kan hier: freese.waarbenjij.nu

Donderdag, 13 oktober

 

 

Ze zijn prachtig om te zien, hoor, deze muntkevertjes. Maar ondertussen vreten ze wél al mijn munt op! Ik heb er al zeker 50 gevangen. En geplet: ze blijken oranje vanbinnen....

 

de merels zijn me dankbaar, zij ruimten de troep op!

Zaterdag, 8 oktober

In de keuken wordt vandaag de lente voorgekookt, da's weer eens wat anders dan stamppot of appelmoes! Maar ja, je moet wat als het steeds blijft regenen en je uit je hemd waait.....

Maandag, 10 oktober

S

 

 

 

 

  De sterren van de herfst zijn, wat mij betreft,
  de dahlia's. Ze blijven maar doorgaan, in alle
  soorten, vormen, kleuren en maten. Het mag een
  ordinaire bloem zijn, maar ik ben er dol op!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Vrijdag, 7 oktober

P1040132.jpg image by AnkeFreese

Overal in de Hof duiken miniatuur-viooltjes tussen de stoeptegels op. Bijna geen enkel bloemetje is groter dan de nagel van mijn duim. Het is een kleine bloemlezing van alle soorten viooltjes die ik in de loop der jaren hier heb laten groeien. Schattig, toch?

Dinsdag, 4 oktober

 

 

 

 

 

 

Deze statige oude heer staat te overdenken wat hij nu vindt van het feit dat het vandaag dierendag is. Waarschijnlijk niets.........

Zaterdag, 1 oktober

Deze bizarre, maar wel leuke, types fleuren op dit moment de Hof nog op.