Belevenissen van een Tuinkabouter

Click here to edit subtitle

Vrijdag, 18 november

 

 

Het is jammer dat de tropische salvia's altijd zo laat in bloei komen. Dit hier is "Yvonne's Salvia". Een genetisch ongelukje dat een gewone Salvia splendens, dat ouderwetse plantje van 20 cm. hoog dat in onze jeugd zo populair was, doet uitgroeien tot een manshoge reus. De Yvonne naar wie deze plant is genoemd, is inmiddels overleden. Maar haar erfenis staat in de hof nog uitbundig te bloeien!

Donderdag, 10 november

Voor Betty-Loes is het leven één groot spel. Alles wat in beweging kan worden gebracht of gesloopt kan worden (behang, bankstel) is vogelvrij. Zo ook deze zaadbol van de Allium schubertii....

Maandag, 7 november

Vanuit Graskop gezien wordt het landschap steeds vlakker. Gek genoeg volgen we een beetje het spoor naar het hoogstgelegen station van Zuid Afrika, Dullstroom. In de Krokodilrivier zou het goed forelvissen zijn. In Belfast draaien we de tolweg op, richting Middelburg. De horizon is bezaaid met elekticiteitscentrale’s en hoogovens, de weg is recht, de airco kreunt.

Halverwege de middag bereiken we Pretoria en het welkom bij Liza’s Cottage doet de lange rit meteen vergeten. Het is een paradijsje. Gert en Alida garanderen onze veiligheid met behulp van schrikdraad, bewegingsmelders en een bewaker voor het hek. Er zit zelfs een sleutel van het hospitaal aan de sleutelbos! Deze blijkt bedoeld voor gasten die een dierbare in het urologisch medisch centrum bijstaan. Een tweede dergelijke kliniek staat helemaal in Cairo.

Voordat we vanavond naar Johannesburg rijden en met De Vliegende Hollander meegaan, bekijken we nog wat “bezienswaardigheden” van Pretoria.
Volgens het toeristenbureau mogen we niet meer over Pretoria spreken maar over Tshwane.
Het betekent “wij zijn gelijk” in het Setswaans. Het is nog niet zo lang geleden dat dit het enige land ter wereld was dat het scheiden van rasssen in de grondwet had “geregeld”.
De Voortrekkers hebben een imposant monument gekregen dat het Voortrekker Monument heet.
Symbool voor de Afrikaner eenheid. Beneden, op Church Square, staat Paul Kruger op een enorme sokkel. In het voetgangersgebied met de gebruikelijke winkelketens treffen we vrijwel geen blanken aan. Ook geen politie. Ook geen gezellige terrasjes.

Op maandag zijn de meeste musea dicht en na een ijsje te hebben gegeten bij de Union Buildings trekken we ons nog even terug in de oase van rust die Liza’s Cottage heet. Het is goed zo.

Op het vliegveld tellen we onze zegeningen en resterende Randen.
Nog genoeg voor koffie, thee en krant: OLIFANT TRAP GIDS DOOD !
Dit verstoort de landelijke volkstelling die net begonnen is.

 

Zaterdag, 5  november

De naam verklapt het al een beetje. Graskop. Ronde, kortgeknipte heuvels.
Nadat we de hekken van Kruger NP achter ons hadden dichtgedaan veranderde het landschap. Berghellingen met schaafwonden, littekens en schroeiplekken. In de grotten van Sudwala vinden we gelukkig de schoonheid van de natuur terug.

P1040948.jpg

Moeder Aarde en Vader Tijd hebben hier wonderlijke vormen aan het druipsteen gegeven en je fantasie doet de rest. Onder een dikke laag vleermuispoep zou de goudschat van de verbannen Paul Kruger zijn verstopt maar nooit gevonden.
Goudkoorts. Behalve het nieuws en het weerbericht klinkt ook de prijs per troy ounce door de ether.
De Mac Mac waterval is ooit door goudzoekers met dynamiet in tweeën geplitst waardoor er nu twee maal 65 meter water in de diepte verdwijnt. De kloof is indrukwekkend.
Zo ook het riante aanbod van houten beeldjes en goedbedoelde gebruiksvoorwerpen rond dit natuurgeweld, het verklaart wel meteen die intensieve bosbouw overal.
 
Zo rijden we fris verder over de Panoramaroute. Blyde rivier en Treur rivier. Daar waar ze samenvloeien zijn grote kolkgaten ontstaan waaruit de eerste goudzoekers enorme hoeveelheden goud naar boven haalden. Bourke’s Luck. Met een beetje geluk weet ik mijn voetjes in het stromende water te dompelen. De Blyde River heeft in de loop van eeuwen een canyon van twintig kilometer uitgesleten.
 

Donderdag, 3 november


Hoeveel impala’s kan een mens in drie dagen zien? In het Kruger Park zitten er in ieder geval 125 duizend. En die hebben we allemaal gezien. Zeker weten!

Eigenlijk is dit geen goed begin, maar een verslag maken van ons bezoek aan het Kruger National Park, waar we drie dagen verblijven, valt ook niet mee. Voor je het weet verzand je in een “en toen zagen we dit en daarna dat en toen….” soort van verhaal.
 

 

 
Daarom grijp ik terug op een favoriet tijdverdrijf van de Suid-Afrikaners en tevens een stokpaardje dat ik zelf graag mag berijden, zoals vooral mijn collega’s kunnen beamen: het opstellen van lijstjes en dan afvinken wat je gezien c.q. gedaan hebt. Hieronder een overzicht dus van al het wildleven dat wij in dit prachtige land mochten zien; aangevuld met wat anecdotes moet het toch nog een licht verteerbaar geheel worden. Echter, wie niet van beesjes houdt, kan nu maar beter ophouden met lezen……

 
Laten we beginnen met het lijstje dat iedereen wel kent, de “big five” ofwel de beesten die je tijdens een safari gezien moet hebben:

1. Olifant (veel, en ook jonkies)
2. Neushoorn (een stuk of 15, soms neus-tegen-hoorn dichtbij)
3. Buffel (een paar tientallen, waarvan de meeste in het donker)
4. Luipaard (wéér niet!)
5. Leeuw (2 mannetjes en 2 vrouwtjes, dus met de gender-balans zit het hier wel goed).

Vreemd genoeg ontbreekt in dit overzicht de grootste (of in ieder geval hoogste) van allemaal, en tevens een van onze grote favorieten: de giraf. We beginnen deze étappe van onze reis met de instelling “als ze geen giraffes hebben, gaan wij naar huis”. Een loos dreigement, want we moeten over een dag of vier sowieso weer terug, maar dat hoeven die giraffen niet te weten.  
Ons humeur is nogal beneden peil wegens de lange rit door het prachtige maar vooral onzichtbare landschap van Swaziland. We reden letterlijk in de wolken. Regenwolken. Blijkt er toch nog iets triestiger te zijn dan een badplaats in de regen: een grensovergang in de regen…

 
We zijn koud 10 meter het Kruger National Park ingereden als er iets voor onze wielen springt. Een beige iets met grote bruine vlekken, een elegante hals en benen als een fotomodel. En hoorntjes. Jawel hoor, we hoeven niet naar huis en de zon breekt door!

Dan zijn er nog de “wet five”, ofwel de 5 zeedieren die eenieder gezien moet hebben:
1. Walvis (aardig wat, en heel dichtbij)
2. Dolfijn (liet het weer afweten)
3. Pinguin (ook een hoop, de meeste kaal)
4. Zeeleeuw (alleen puppies, dicht op elkaar gestapeld op een rots)
5. Witte haai (zagen we vrijwillig niet)

Een combinatie van de grote en de nummers 1 en 5 van de natte vijf leveren dan weer de “South Africa’s big seven” op. Ik geef toe, het is een afwijking…..

Je kunt er af en toe chagrijnig van worden, die verhalen van mensen in de ontbijtzaal die net terug zijn van een morning drive met verhalen als “we hebben 18 leeuwen gezien, met jonkies” of “we zagen een impala in de boom hangen, en toen zagen we dat luipaard”. Terwijl wij vooral impala’s zien. Gelukkig zagen we op de valreep zelf ook iets alle anderen niet zagen, een serval. Een prachtige, zij het niet zo grote kat die je overdag vrijwel nooit ziet. Kunnen ook wij opscheppen.

Over opscheppen gesproken, hieronder onze drie grootste favorieten:

1. Impala (met een peper-roomsausje, er resteren er nu nog 124.999)
2. Kudu (doet het geweldig in stoofpotjes)
3. Buffel (in de pastei)

Stoofpotjes worden hier overigens gemaakt in een soort van zwarte heksenketeltjes in miniformaat. Zo schattig, ik zou ze zó meer naar huis nemen. Als ze maar niet van gietijzer waren.


Blijven er nog twee lijstjes over. Achterstevoren, om de spanning op te bouwen volgen hieronder eerst de lelijkste vijf, en daarna de dodelijkste:

 
5. Gnoe (een stuk of 10 gezien, maar ze liepen allemaal weg als ze ons zagen)

4. Zonne-spin (niet waargenomen voor zover ik weet en vind dat, geloof ik, niet zo erg)
3. Hyena (niet moeders mooiste maar wel een bijzonder goede moeder, zegt men)
2. Mestkever (typisch geval van miskenning, ze glimmen en zijn mooi zwart)
1. Warthog (blonde manen, dunne benen, en toch lelijk: het blijkt tóch mogelijk!)

5. Slangen (hoewel de enige die wij zagen, aan de rand van de weg lag als slachtoffer van nr. 1)

4. Buffel (lijkt dan wel op een koe, maar is aanzienlijk agressiever)
3. Nijlpaard (lijkt zo onschuldig, tot hij zijn muil opentrekt)
2. Mug (had je niet gedacht, toch!)
1. Toeristen (!)

En dan, om het niet af te leren; onze zes meest favoriete momenten in het Kruger National Park:
1. Het zelf spotten van een serval
2. Twee leeuwen betrappen tijdens een romantisch onderonsje
3. Uitrusten op het terrasje achter onze cabana in Berg en Dal camp en vogeltjes kijken
4. Een giraf de oversteekt 10 seconden nadat we het park binnenrijden
5. Een olifant zo dicht kunnen benaderen dat neus-slurfcontact mogelijk had kunnen zijn mits de O’fant ervoor had opengestaan.
6. Zebra’s die gezellig tegen elkaar aan schurken, totdat je niet meer ziet waar de een ophoudt en de ander begint.
 

Tot zover onze berichtgeving vanuit dit prachtige natuurpark.

Welcome

Newest Members