1. Choreografie = het ontwerpen van balletten en dansfiguren. De choreograaf voegt bekende dansbeweging en nieuwe zelfbedachte bewegingen tot een dansvoorstelling.
2. dans religieus = dans ontstaan vanuit het geloof
3. dans ritueel= Dans als onderdeel van gebeurtenissen zoals geboortes of bruiloften.
4. renaissance = periode van ongeveer 1400-1600
5. Tjaikovski = Russische componist van de muziek van "Het Zwanenmeer"
6. Klassiek ballet = balletvorm ontstaan in Rusland
7. Solo = een act waarin 1 danser een dans uitvoert
8. Pas de deux = een dans uitgevoerd door 2 dansers
9. Marie Camargo = een beroemde ballerina uit de 18e eeuw die als eerste met een korte rok danste.
10. Romantische balletstijl = een periode waarin balletverhalen sprookjesachtig waren en de dans om de ballerina draaide.
11. Sur pointes = dansen op de toppen van je tenen.
12. tutu = kort stijf rokje