Basisbegrippen
Doelgerichtheid: is op zich nodig voor het bereiken van doelstellingen, maar in onze maatschapppij is het verheven tot een ware cultus waarbij zo snel mogelijk resultaten moeten worden geboekt zonder dat men zich al te veel bekommert over hoe dat in zijn werk moet gaan. Soms is het zelfs zo dat het blindeling nastreven van een bepaald resultaat het behalen ervan in de weg staat. Het 'minder hard proberen' dat door de iets verlichtere geesten wordt gesuggereerd, wordt bij Alexander-Techniek nog verfijnd tot 'het juister proberen'. Een goed voorbeeld is het nastreven van een goede houding: instinctief, en zelfs na nadenken proberen de meeste mensen dit te bereiken door zich rechtop te houden met hun rugspieren. 's Avonds op de bank is het dan ook heerlijk onderuitzakken als deze spieren dan eindelijk mogen stoppen met het tegenwerken van te hard aangespannnen buikspieren, die het gevolg kunnen zijn van het doen van sit-ups, de neiging om dat buikje wat in te trekken, of van een verlegen houding...
Inhibitie: Het opschorten van de onmiddellijke reactie die optreedt bij het horen van een bevel, het inzetten van een beweging, en zelfs het krijgen van een bepaald idee of een emotie. Zo is het een klassieker om violisten te wijzen op het feit dat ze hun hoofd al scheefhouden bij het openen van hun vioolkist. Maar ook de goedbedoelde oefeningen van de kinesist bij rugproblemen worden liefst niet uitgevoerd volgens dezelfde bewegingspatronen die voor het ontstaan van de klachten gezorgd hebben. De Alexanderleraar is opgeleid op mensen met behulp van woorden en aanraking te wijzen op het optreden van deze vaak subtiele gewoontes die een terugkeer naar een meer gewenste situatie kunnen verhinderen.
Richtingen: dit zijn aanwijzingen, orders die gegeven worden aan bepaalde lichaamsdelen voor en tijdens het uitvoeren van bewegingen. Dit kan in het begin soms luidop gebeuren, maar uiteindelijk wordt het duidelijk dat een simpele gedachte kan volstaan. De 'richtingen' vormen samen met de 'inhibitie' de belangrijkste manier waarop veranderingen worden bewerkstelligd. Het subtiel leren toepassen van de inhibitie en het correct geven van de richtingen is waar het om draait bij Alexander-Techniek. Er bestaan hoofdrichtingen, en secundaire richtingen, die één voor één, maar ook tegelijkertijd behoren te worden gedacht.
Gewoontes: zijn bij het geven en behouden van de richtingen vaak de ergste vijand. Op het cruciale moment waarop bvb. het naar voor en weg denken van de knieën van belang kan zijn bij het opstaan uit een stoel, komt het vaak voor dat de leerling terugvalt in zijn oude gewoonten, en de gewenste verandering toch niet doorzet. Dit gebeurt vaak ook zonder dat de leerling er erg in heeft, wat voor soms hilarische en/of onthutsende situaties kan leiden. Het leren ontdekken van deze gewoontes die het natuurlijk functioneren van ons organisme verstoren is vanzelfsprekend de eerste noodzakelijke stap voor het afleren ervan.
Coördinatie: het geďntegreerd functioneren van alle spiergroepen wordt coördinatie genoemd. Het is iemands karakteristieke manier van bewegen en aanwezig zijn in de ruimte. Wat vaak voor verrassingen zorgt bij de leerling die Alexander-Techniek beoefent, is de ontdekking dat veranderingen in een bepaald lichaamsdeel/-gebied zorgen voor veranderingen in de hele coördinatie. Problemen met de coördinatie kunnen niet fragmentarisch benaderd worden, en 'even mijn nek ontspannen' is er dus niet bij in de Alexander-Techniek.
Onbetrouwbare gewaarwording: in onze maatschappij is onderwijs gebaseerd op het principe dat we liefst zo veel mogelijk juist doen. Het systeem beloont een correct antwoord, en bestraft een fout. Dit legt een hypotheek op het natuurlijke systeem van trial en error, en we ontwikkelen een neurotische aandrang om alles 'juist' te willen doen. Het probleem daarbij is dat ons gevoel van juist soms fout kan zijn, en we ons dan natuurlijk vastrijden. Typisch gebeurt het in een les dat iemand het gevoel krijgt dat hij of zij gaat vallen, of achterover geleund staat. Groot is dan ook de verwondering als de leerling niet blijkt te vallen, of hij/zij bij het in de spiegel kijken moet vaststellen dat hij/zij wel degelijk mooi rechtop staat. Het sensorisch apparaat geeft enkel boodschappen van verandering door, en geen absolute waarheden. Het kan dus nodig zijn iets te doen wat fout aanvoelt om 'juist' te zijn, en wat vandaag 'juist' is, kan morgen 'fout' zijn. Fascinerend om in de praktijk te ontdekken!
Vooropgezette ideeën: iemand volgt noodzakelijkerwijs les met bepaalde verwachtingen. Nochthans is het van belang te begrijpen dat nieuwe inzichten niet altijd daar komen waar men ze verwacht, en dat verwachtingen of oude opvattingen vooruitgang soms in de weg kunnen staan. 'Only empty cup can be filled'!
Ook andere belangrijke begrippen zoals evenwicht, ademhaling,... komen aan bod in de lessen.
Onder 'Lectuur en video' kunt u enkele video's bekijken om een idee te krijgen van wat een goede coördinatie inhoudt.
Make a free website at Freewebs.com