AAi WiTNUSS

WORKSHOP Reizen

Kies uw verhaal !

U kunt kiezen uit de volgende korte (ervarings)verhalen:

DE PION in KOLOLI

Gambia als toeristenparadijs?

Zonder electriciteit

Griezels

Veel plezier!

DE PION in KOLOLI

De politieagent wijst met een grimmig gezicht naar de kant van de weg. ‘De auto parkeren en uitstappen’, gebiedt hij. In het toeristenoord Kololi heb ik zojuist per ongeluk een rubberen pion omver gereden, met als resultaat dat het ding nu doormidden is. ‘Dat wordt betalen’, zegt de agent, die in zijn groene uniform meer op een soldaat dan op een politieman lijkt. ‘U hebt staatseigendom vernield.’ Hoeveel ik moet betalen, kan hij niet meteen zeggen.

Boete

Afrikaanse agenten hebben de reputatie dat ze alle mogelijkheden aangrijpen om hun beurs te spekken. Bovenop de boete die officieel geldt voor een verkeersovertreding komt bijna altijd flink wat extra. Hoeveel je moet betalen hangt af van je onderhandelingscapaciteiten. Basisregel is dat de verkeersovertreder blijft lachen. Als dat lukt en de stemming gezellig wordt, is de kans groot dat de boete aanmerkelijk daalt.
Met goede moed stap ik uit de auto. Breed lachend zeg ik dat het me enorm spijt dat ik de verkeerspion omver heb gereden. Maar zoiets kan gebeuren, voeg ik eraan toe. Met een joviaal gebaar stel ik voor dat we de zaak laten rusten. Maar mijn woorden hebben weinig effect. ‘U hebt een ernstige overtreding begaan’, herhaalt de agent met een ernstig gezicht. Op mijn vraag hoeveel dat dan gaat kosten, krijg ik opnieuw geen antwoord. Het lijkt erop dat de agent wil dat ik wat bankbiljetten in zijn hand stop.

Reputatie

Na wat heen en weer gepraat, stel ik voor dat we samen naar het bureau gaan. De hoofdcommissaris van politie is vast een redelijke man. Die begrijpt dat buitenlandse bezoekers niet te hard aangepakt moeten worden, want dat is immers niet goed voor de reputatie van Gambia als toeristenparadijs. De agent die me heeft aangehouden reageert welwillend. Als ik de hoofdcommissaris wil spreken kan dat. Zijn kantoor is om de hoek.
De hoofdcommissaris blijkt een heel ander persoon dan ik me had voorgesteld. In het vierkanten stenen gebouw waar hij kantoor houdt, ontvangt hij me met een chagrijnig gezicht. Meteen nadat ik plaats heb genomen op de stoel voor zijn bureau begint hij me toe te schreeuwen. ‘Wat denkt u wel’, briest hij. ‘Staatseigendom vernielen en dan weigeren om te betalen.’ Minutenlang buldert hij door, zonder dat ik de kans krijg iets terug te zeggen.

Handboeien

Wat nu? De eerste paar minuten kijk ik hem rustig aan. Maar dan ineens verlies ik mijn geduld. Hoewel ik weet dat ik beter kan blijven lachen, kan ik me niet meer inhouden. Woedend sla ik met mijn vuist op tafel en begin terug te schreeuwen. Dat blijkt een grote fout. Twee assistenten van de hoofdcommissaris snellen toe uit de aangrenzende kamer en grijpen me vast. Handboeien worden tevoorschijn gehaald.
Als ik tot rust ben gekomen kijkt de hoofdcommissaris me aan met een blik vol minachting. ‘U hebt een ambtenaar in functie beledigd’, zegt hij. ‘Dat is een heel ernstige overtreding. Ik ga u voor de rechter dagen.’ Hij haalt een formulier uit een bureaulade waarop ik schriftelijk moet verklaren wat er is gebeurd. ‘U gaat nu meteen voor 48 uur in voorarrest’, zegt de hoofdcommissaris. ‘Daar heb ik wettelijk het recht toe.’

Goudeerlijk

Ik besef dat hier iets goed fout lijkt te gaan. Redden wat je redden kunt, schiet het door me heen. Op nederige toon zeg ik dat het me enorm spijt. Duizend maal excuses. De pion zal ik met alle plezier vergoeden, zeg ik. Want ik heb hem immers kapot gemaakt. Maar indruk lijkt het niet te maken. Zeker een half uur lang blijf ik smeken, zonder dat de hoofdcommissaris zich laat vermurwen. Ik zie mezelf al in een donkere cel vol kakkerlakken zitten, de tranen springen in mijn ogen.
In een laatste poging ga ik op mijn knieën. En dat heeft tot mijn vreugde wel effect. ‘Oké dan’, zegt de hoofdcommissaris. ‘Voor een keer zal ik over mijn hart strijken.‘ Dankbaar schud ik hem de hand. ‘Maar er is een voorwaarde’, voegt hij toe. ‘U gaat zelf een nieuwe pion kopen, zodat u zeker weet dat u niet wordt opgelicht.’ De politie in Gambia is namelijk goudeerlijk, zegt hij. ‘In tegenstelling tot collega’s in andere Afrikaanse landen. Misschien dat u zich daardoor van de wijs heeft laten brengen.’

Gerbert van der Aa is journalist. Onlangs publiceerde hij het boek Nigeriaanse toestanden

Gambia als toeristenparadijs?

Voor iemand die met enige regelmaat naar landen als Mali, Burkina Faso, Mauritanië en Niger reist, komt Gambia als een schok. Het begint al meteen na de landing. Het luchthavengebouw is van top tot teen schoon en fris en de douaniers stempelen het gehele vliegtuig zonder ook maar een beetje moeilijk te doen binnen een paar minuten leeg. In de tot de uithoeken gepoetste wc op de luchthaven hangt een keurig bordje: "Use of the Bathroom is Free of Charge".

Waar ben ik beland? vraag ik me voor een moment af. Gelukkig vraagt de schoonmaker die buiten het toilet staat gewoon om geld. Bordje of niet.

Het is het einde van de regentijd. Gambia ligt er knettergroen bij. Heerlijk asfalt en alles lekker rustig. Geen chaotisch verkeer of vervelende politiecontroles, zoals je die in Nigeria en Burkina Faso zo vaak ziet. Het hotel is heerlijk, de mensen aardig en dan ook nog eens een geweldig  strand. Het wordt bewaakt door zowel militairen als politie. Zeker is zeker. Het zeewater is in plaatsen als Swakopmund of St. Louis zo koud dat je niet eens aan pootjebaden wil denken maar in Gambia is het een warme soep met geweldige golven waarop body surfen kinderspel is. In de cafées word je bij het bestellen van een biertje keurig gevraagd of je  Brit of Nederlander bent. 'Waarom?' vroeg ik de eerste keer. 'In verband met de schuimkraag', werd me vriendelijk verteld. Toeristisch Gambia is volledig tweetalig. Het zijn alleen Britten, Nederlanders en Belgen die hier met chartersvol tegelijk worden ingevlogen.

Bij het restaurant All Italia staat een bord op straat met volgend opschrift:

De koffie wordt vers gezet!
English Breakfast
Burgers
Draft Beer
Broodje Bal
Pannenkoeken
Div. Uitsmijters
Ice Cream

Op straat wordt je door hustlers aangesproken. Ze willen zo'n beetje alles voor je doen. Volgens de Rough Guide zijn ze best irritant maar dan zijn zij zeker nog nooit in Timboektoe of Marrakech geweest. Daar weten ze wat vasthoudendheid is. Die jongens in Gambia zijn echt heel hoffelijk. 'Hé lekker ding!' roepen ze als ze denken een Nederlander te herkennen. Man of
vrouw maakt niet uit.

Of ik ook nog iets lelijks over Gambia kan zeggen? Nou, nu even niet. Maar morgenochtend stuurt de zon haar stralen weer over het Afrikaanse continent en dan zullen we wel weer zien.

Bas Vlugt
is freelance journalist en schrijver. zie ook: http://www.afrikanieuws.nl

Zonder electriciteit

Da ghetto bij nacht is magic. Als de nationale generator het begeeft of voor de zoveelste keer naar de reparatie moet, valt de stroom uit. Overdag is het geen probleem en neemt iedereen een welverdiende pauze. 's Avonds gaan de kaarsen aan en zie ik slechts schimmen. Mensen steken vuurtjes aan en roosteren vis. Af en toe ontwaar ik het brandende tipje van een sigaret of joint die wordt doorgegeven en gretig geïnhaleerd.

Koplampen

Soms is er ineens fel licht, het onverwachte schijnen van de koplampen van een auto die de hoek om komt. De kaarsen in de koffieshop branden en geven de Nescafe in mokken een gouden gloed. Hier drinken mensen hun aanmaakkoffie met veel poedermelk en suiker. Daarbij eten ze koekjes die ze in de koffie dopen of tapalapa (lokaal brood) met omelet. Ik loop door de straten aan de hand van mijn geliefde die exact weet waar we zijn. We komen bekenden tegen en ik schud handen zonder te weten welke gezichten daarbij horen. Nga ga deff? Jamarek. How is the night? En ik antwoord dat de nacht magisch en prachtig is. De papaya bomen zijn grillige, zwarte kolossen tegen een grijze hemel. De sterren schitteren. Mijn ogen staan on hold, maar mijn oren absorberen des te meer. Het geronk van de generator die enkele huizen van stroom voorziet. Mijn buurman verhuurt hem soms als er een huwelijk of geboorteceremonie is. Ik hoor kinderen die spelen in het donker, mensen praten, muziek die uit een krakkemikkige radio klinkt, het getsjilp van insecten en vogels. De ghetto is een arme wijk in Serrekunda, Gambia. Wijken waar er zovelen van zijn. De mensen hier leven van ‘hand to mouth’ zoals ze zelf zeggen.

'Visgeld'

Iedere dag is het weer een verrassing of er genoeg ‘visgeld’ is om naar de markt te kunnen en eten te kopen. Vlees is duur en eet men nauwelijks dus het menu blijft vaak beperkt tot rijst met vis en wat groenten. De vrouw die vlakbij de ‘Big Tree’, een toeristen attractie, cassave met bonen en palmolie kookt heeft een monopolie positie. Iedere avond komen tientallen mensen een take-away bij haar halen, want niemand anders kent het recept. ‘Na nga tuda?’ vraagt ze. ‘My name is Kim’ vertel ik haar als ze mijn eten voor die avond in een plastic zak schept. ‘For dèka?’, ‘From Holland’ antwoord ik. Met de warme zak overheerlijk voedsel in mijn hand lopen we naar huis. ‘The guys’, stoere jongens tussen de twintig en dertig wensen me vanaf hun bankje een goeie nacht. Zij zijn degenen die de straat haar bijnaam ghetto hebben gegeven. Geïnspireerd op de uitzichtloze ghetto’s die ze kennen uit films. Ghetto’s waar jongeren net als zij nauwelijks toekomstperspectief hebben. Iedere dag is hetzelfde: geen baan, geen geld, geen vrouw. Ze laten zich echter niet ontmoedigen en blijven dromen van beter, insha’allah. ‘Nu fanan jama (slaap zacht)’ wens ik ze en stap mijn duistere veranda op. Honden blaffen als de poort piept, een brommer tuft voorbij, ik hoor de jongens lachen. Bij kaarslicht genieten.

Kim Poldner is oprichter van fashionstore Yoi en woont tegenwoordig in Gambia.

Griezels

Het gedreun van djembé’s galmt door de straat. Ik hoor het al een tijdje, maar het gaat maar door. Wat zou er aan de hand zijn? Papis komt de veranda op rennen. ‘You have to see it! You have to see it!’ Hij grijpt mijn hand en trekt me mee de poort door.

Op het kruispunt bij het winkeltje staan lage houten bankjes in een grote rechthoek. De djembé spelers staan aan één zijde over hun instrumenten gebogen. De bankjes zijn leeg, op een paar kinderen na. De meeste kinderen lopen en spelen op straat en lijken op iets te wachten. Maar wat? Ik kijk vragend naar mijn slimste student. ‘They will come and when they get you, you have to pay. And when you can not pay, they will beat you’. Hij spert zijn grote ogen wijd open. Dit klinkt behoorlijk angstaanjagend.

Nieuwsgierig

De djembé spelers versnellen hun tempo en ineens rent een groep kinderen gillend de hoek om. Ze stoppen even abrupt en verspreiden zich door de straat. Het valt me op dat steeds meer buren voor hun huis zijn gaan zitten. Sommige op een steen, anderen op een plastic tuinstoel. Ze kletsen een beetje met elkaar en maken grapjes. Mensen zitten wel vaker buiten aan het einde van de dag, maar niet in zulke grote getalen als nu. Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden.

Inmiddels ben ik gesignaleerd door een paar andere studenten die bij me komen hangen bij de poort. Ze zijn onrustig en blijven steeds naar links kijken. ‘We have to close the gate when they come’, zegt Bintu heel serieus. Het geroffel wordt luider en ik voel de spanning die in de lucht hangt, stijgen. Dan hoor ik weer gegil en stuiven tientallen kinderen voorbij. Run! Run! Sommigen van hen proberen door de poort te komen, maar mijn bodyguards houden die angstvallig gesloten. ‘We can hide here!’

Adrenaline

De adrenaline is besmettelijk en ik begin ook de kriebels te krijgen. Ineens doemt een harige gedaante op die wijdbeens met grote passen aan komt lopen. Door de spijlen van het hek zie ik een griezelig beschilderd gezicht in een groot harig pak. De kinderen klemmen zich angstig tegen me aan en mijn hart klopt in mijn keel. Gelukkig ziet het monster ons niet en ik wil net doorademen als een tweede gedaante opduikt. Deze heeft een rood beschilderd gezicht en rode accenten in zijn vacht. Beiden benen ze richting djembé spelers. Voorzichtig openen we de poort en kijken ze na. Ik zie mijn buurmeisje, de plaatselijke Beyoncé, voor het telecenter zitten. Ze wenkt, ‘Come and sit here!’ Aarzelend steek ik de straat over, in mijn ooghoek de twee monsters in de gaten houdend. Ze moet lachen. ‘You’re not scared are you? This is just tradition. In rainy season they entertain the people. It’s a Wollof ceremony.’

Ik probeer te ontspannen als een gedaante zich over me heen buigt. WAAAAAH! Een nieuw monster, dit keer met beschilderde benen en een vlag over zijn schouders. Het blijkt de clown van het stel te zijn want de vrouwen beginnen te lachen. Hij komt voor ons staan en praat in wollof met hen. Ze gooien hun hoofd in de nek en slaan zich op de knieen. Dan loopt hij weg en tilt nog even de vlag op. Het uitzicht op zijn pezige billen verhoogt de pret. De griezels blijken sowieso minder eng dan ik dacht. Ze lopen een beetje heen en weer en rennen soms brullend achter een groepje kinderen aan. Die dagen hen om die reden juist graag uit. Met een biljet tussen hun lippen, maken ze duidelijk dat ze sponsors zoeken. Voor 5 dalasi koop je een kaartje voor hun show.

Griezels

Die gaat van start zodra het echt donker is. Slechts twee peertjes verlichten het stuk straat waaromheen nu honderden kinderen op de bankjes zitten. Ze klappen in hun handen op het ritme van de djembé’s. De griezels stampen naast elkaar hun wilde danspassen. Het stof waait op en alles aan hen beweegt mee. ‘Goat’s tails’ fluistert Papis die opgewonden naast me zit. De show duurt al ruim een kwartier als de dansers een jongen van een jaar of tien van zijn bankje sleuren. Omdat hij geen kaartje heeft, zetten ze hem voor gek met nepslagen. Grote hilariteit bij het publiek is het gevolg. Plotseling maakt één van de dansers zich los uit het groepje en loopt mijn richting op. Pas als hij vlak bij me is, krijgt hij me in de gaten. Hij kijkt op van mijn bleke gezicht tussen al die donkere koppies. In het vage licht zie ik dat de schminck in straaltjes zweet over zijn wangen glijdt.

 

Kim Poldner is oprichter van fashionstore Yoi en woont tegenwoordig in Gambia.